Nieuws over oude auto's

De automarkt in Haarlem – deel 2

Na de oorlog zit Nederland met een chronisch te kort aan auto’s. Prijzen van tweedehands auto’s gaan skyhigh, maar kwaliteit is ver te zoeken. De ANWB raadt zijn leden aan om geen tweedehands auto te kopen. Dit is deel 2 van drie artikelen over de automarkt in Haarlem.

Nee, het is geen automarkt die je hier op de foto ziet. De foto’s bij dit artikel komen allemaal uit de Auto Kampioen van 13 april 1946. De foto’s zijn genomen tijdens de Jaarbeurs in Utrecht en illustreren hoe die stad helemaal vol liep met auto’s. Maar ze laten ook iets anders zien. Namelijk dat het wagenpark van net na de bevrijding enorm verouderd is. Op deze foto zie je rechts een Fiat Balilla, een model dat in 1937 werd geïntroduceerd en tot eind jaren veertig werd gebouwd. Die auto zou van bouwjaar 1946 kunnen zijn. Maar de Amerikaanse tweedeurs links is van midden jaren dertig. Op de andere foto’s zie je nog veel oudere auto’s staan, tot zelfs een De Dion Bouton uit 1914 die in die periode dagelijks wordt gebruikt.
Zo ziet het wagenpark er in ons land dus uit in 1946. Er zijn dan naar schatting nog maar 30.000 auto’s in ons land. H.J. Peppink, hoofdredacteur van de Auto Kampioen, voegt daar aan toe dat het merendeel van die auto’s volgens de normen van voor de oorlog nu rijp zou zijn voor de sloop. Veel auto’s hebben reparaties nodig, maar het ontbreekt de garagebedrijven aan tijd en onderdelen. Volgens Peppink zullen alleen al door schaarste aan banden vele auto’s stil blijven staan. De eerste jaren mag je pas een nieuwe auto kopen als je daar een vergunning voor hebt, en dan nog moet je op je beurt wachten. De handel in tweedehands auto’s begint daardoor langzaam weer vorm te krijgen.

Beroerde kwaliteit
Parkeren in Utrecht 4- Auto Kampioen 1946In de jaren net na de bevrijding zijn er nog andere problemen. In september 1947 plaatst het Haarlems Dagblad een beschouwing over de beroerde kwaliteit van tweedehands auto’s. De oorlog is een goede twee jaar voorbij. De auto-industrie is net een beetje op gang gekomen, maar Nederland moet zuinig zijn op zijn geld en voert slechts mondjesmaat nieuwe auto’s in. Voor aanschaf van een nieuwe auto heb je een aankoopvergunning nodig. Voor aanschaf van een tweedehands auto is slechts een rijvergunning vereist. Gevolg is dat de prijzen voor tweedehands auto’s tot extreme hoogte stijgen. Doordat er sinds 1945 nauwelijks nieuwe auto’s zijn ingevoerd, zijn alle tweedehands auto’s per definitie vooroorlogs. Ze zijn dus allemaal minstens 8 jaar oud en ze hebben allemaal een rottijd achter de rug.

Gele schoenen
Een tweedehands middenklasser van een Europees merk is in 1947 dus in het beste geval van bouwjaar 1939. De prijs van zo’n auto kan zomaar 6.000 gulden zijn. “Het ding is nu acht jaar oud, heeft gedurende de oorlog of op houtgas gereden, wat voor een motor helemaal niet best is, of ergens op een vreemde plaats ondergedoken gestaan, hetgeen al evenmin gezond is voor het mechaniek. Kortom, het ,,hele knappe wagentje” heeft een duister verleden, waarbij vergeleken dat van Mata Hari slechts schemerig genoemd kan worden.”
En zulke auto’s worden dan, aldus Haarlems Dagblad, aangeboden door niet al te betrouwbaar uitziende lieden. “Als gij de dure gele schoenen met spekzolen en het nog veel duurdere ruitjespak en de nog verschrikkelijk veel duurdere Amerikaanse das van de scharrelaar gezien hebt; zoudt gij hem dan willen vertrouwen?”

Onder de tafel
De Dio Bouton 1904 - Auto Kampioen 1946Om te voorkomen dat de prijzen van goederen de pan uit rijzen, heeft de overheid een taxatieprijs ingesteld voor tweedehands auto’s. Wie een auto koopt, moet een rijvergunning hebben en daarvoor moet een taxatiebewijs worden getoond. Maar daar kan natuurlijk best op staan dat deze auto 2.000 gulden kost. “De vierduizend gulden teveel gaan onder de tafel door en de quitantie op de rest dekt de lading.”
Anderhalf jaar na dit artikel is de toestand blijkbaar nog niet veel beter. Want dan lezen we in de krant dat de ANWB onomwonden waarschuwt tegen het kopen van een tweedehands auto. “Vele ogenschijnlijk in behoorlijke staat verkerende wagens vertonen na korte tijd verborgen gebreken, die de kopers op aanzienlijke kosten jagen en de wagens niet zelden tot een ernstig gevaar op de weg maken.” De wielrijdersbond waarschuwt in het bijzonder “tegen de z.g. ,,automarkten’’, welke in steeds meer gemeenten geregeld worden gehouden. De handelaars, die daar auto’s te koop aanbieden, zijn niet altijd deskundig.”
Het mag duidelijk zijn dat de reputatie van de tweedehands auto en de handelaar die hem verkoopt, in deze tijd tot een dieptepunt is gedaald.

Freek van Leeuwen

Lees deel 1 van dit artikel.

Lees deel 3 van dit artikel.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *